SubjectsSubjects(version: 845)
Course, academic year 2018/2019
   Login via CAS
Syntax I - ANL300122
Title in English: Syntax I
Guaranteed by: Institute of Germanic Studies (21-UGS)
Faculty: Faculty of Arts
Actual: from 2009
Semester: summer
Points: 0
E-Credits: 0
Examination process: summer s.:
Hours per week, examination: summer s.:1/1 --- [hours/week]
Capacity: unknown / unknown (unknown)
Min. number of students: unlimited
State of the course: not taught
Language: Czech
Teaching methods: full-time
Level:  
Guarantor: PhDr. Zdeňka Hrnčířová
prof. Jan Pekelder, Dr.
Annotation - Czech
Last update: UGSUNGE (26.06.2009)
Předmět je koncipován jako dvousemestrální studium. V 1. semestru se posluchač seznámí se základními pojmy oboru, s
tradičním i současným pojetím výstavby věty. Obsahem přednášek jsou funkce základních syntagmat ve větě: slovesná,
jmenná, adjektivní a předložková část věty (konstituent). Vychází se z tradičního pojetí na základě nizozemské gramatiky
Algemene Nederlandse Spraakkunst (viz bibliografie). Přednášky a semináře nabídnou i kontrastivní pohled na pozadí
češtiny.
Literature - Czech
Last update: UGSUNGE (26.06.2009)

A. Kraak: Syntaxis

J. A. Lalleman, e.a.: De regels van het Nederlands

A.E. Haeseryn, e.a.: Algemene Nederlandse Spraakkunst

W.G. Klooster: Inleiding in syntaxis

Seminář:

Onze Taal

Nederlandse Taalkunde

Handelingen van colloquia

Syllabus - Czech
Last update: UGSUNGE (26.06.2009)

1. Syntaxis, algemeen (begrippen, definities). Zinsdelen. Betekenis van een zin.

Onvolledige zinnen.

2. Voegwoorden. Nevenschikkende voegwoorden. Onderschikkende voegwoorden.

3. De constituent, algemeen. De bouw van een constituent, overzicht van constituenten.

4. Naamwoordelijke constituent. Bepaalde, onbepaalde, categoriale en generieke

constituenten. De determinator. Voorzetselconstituent.

5. Adjectivische en bijwoordelijke constituent. De bouw, complementen.

6. Verbale constituent, de bouw, toevoegingen en complementen. Betekenis en plaats

in de zin.

7. Werkwoordgroepen binnen de werkwoordelijke constituent. Groepsvorming bij

werkwoorden, modaliteit.

8. De zin, algemeen. Zinsdelen. Enkelvoudige en samengestelde zinnen. Beknopte

zinnen.

9. De zinsdelen. Subject en predikaat.

10. Voorwerp (lijdend, meewerkend, handelend).

11. Bijwoordelijke bepalingen.

12. Soorten zinnen naar de communicatieve functie.

13. Actieve en passieve zinnen. Passieve zinnen met en zonder een grammaticaal

onderwerp. Constructies met de waarde van passief.

 
Charles University | Information system of Charles University | http://www.cuni.cz/UKEN-329.html